Blog

Text/HTML

Mijn reis naar het mekka van innovatie en ondernemerschap
Door Marco Waas, Decaan TU Delft Faculteit, Voorzitter raad van commissarissen YES!Delft

Vorige week bezocht ik Silicon Valley, om precies te zijn Stanford en Berkeley. Het doel van mijn reis was inspiratie op te doen voor het actieplan van de Climate Knowledge and Innovation Community (KIC), een onderdeel van het European Institute of Innovation and Technology (EIT). Ik werd vergezeld door Frans Nauta, de leider van het Nederlands ondernemerschapsprogramma en een inspirerende persoonlijkheid op Europees niveau, en Hero Prins, de directeur van de Nederlandse Climate KIC-organisatie en leider van het Europees ondernemerschapsprogramma.

Dit was de eerste keer dat ik naar Silicon Valley ging, wat misschien wat vreemd lijkt voor iemand die bijna acht jaar bezig is geweest met kennisvalorisatie op lokaal (Delft), nationaal en nu ook Europees niveau en die de beginperiode van open innovatief denken heeft meegemaakt gedurende zijn tijd bij Unilever. Waarom had ik het mekka van ondernemerschap en innovatie nooit eerder bezocht? Dat komt omdat ik altijd dacht dat de situatie in Silicon Valley zo ver verwijderd was van de realiteit hier in Europa, dat ik er lange tijd van overtuigd was dat erheen gaan weinig zinvol zou zijn. En misschien zelfs wel ontmoedigend. Maar nu we - niet erg Nederlands, maar wel terecht - in Delft en elders in Europa zijn begonnen wat meer trots te tonen over onze recente prestaties op het gebied van ondernemerschap, kreeg ik het gevoel dat het juiste moment eindelijk daar was.

Een van de hoogtepunten van de reis was onze ontmoeting met Steve Blank, een rasondernemer gespecialiseerd in customer development. Als voormalig Amerikaans inlichtingenofficier, gestationeerd in Moskou gedurende de Koude Oorlog, beschikt hij over een zeer goed waarnemingsvermogen. Tegenwoordig heeft hij een scherp oog voor goede ondernemingsecosystemen in Israël en in Europa, en heeft hij een onverzadigbare dorst naar meer informatie. Ons gesprek ging heel toepasselijk over de ingrediënten die nodig zijn voor het creëren van verschillende van zulke ecosystemen. We realiseerden ons dat die ingrediënten niet allemaal in elke regio aanwezig zijn. Soms moet je het doen met lokale alternatieven, maar kan het resultaat toch zeer geslaagd zijn.

Daarna gingen we naar Michael Cohen, de man van het geweldige '4M Framework' en het 'hyperlocal' concept. Broedplaatsen zijn niet nodig in de VS, de Bay Area is één grote broedplaats. Dat was jarenlang de overheersende gedachte. Maar niets is minder waar, tenminste volgens Cohen. Omdat andere plaatsen in de wereld de specifieke omstandigheden van Silicon Valley ontberen, moeten daar andere oplossingen worden gevonden om ondernemerschap te stimuleren. Op hun beurt zijn die echter ook relevant voor de VS.

Waar ik heel erg naar uitkeek was onze afspraak met Henry Chesbrough, de goeroe van open innovatie. We hebben twee keer op hetzelfde evenement gesproken, in 2008 en 2009, maar op de een of andere manier kwam het nooit tot een persoonlijke ontmoeting. In zijn laatste boek, Open Services Innovation, stelt Chesbrough dat bedrijven de zogeheten 'commodity trap' kunnen vermijden door het toevoegen van een servicecomponent aan hun producten in samenspel met hun klanten. Het feit dat de YES!Delft-broedplaats en het Mainport Innovation Fund – het fonds opgericht door de KLM, Schiphol Airport, de Rabobank en de TU Delft om innovatieve technostarters de gelegenheid te bieden hun concept te bewijzen – in zijn boek worden genoemd, vormde een leuk aanknopingspunt om het ijs te breken. Tijdens ons gesprek met Chesbrough kwamen we tot de conclusie dat innovatie, en met name open innovatie, op het gebied van klimaatmitigatie en -aanpassing specifieke eigen dimensies heeft en dat die nog goed moeten worden geïnventariseerd en begrepen. En dat dit deels is te wijten aan de rol die de overheid heeft gespeeld. Dit onderwerp was een kolfje naar de hand van Frans Nauta en er ontstond een zeer levendige discussie. Meer daarover volgt binnenkort.

Echt verrassend was Beverly Alexander. Deze juriste en voormalig vicepresident van de Pacific Gas and Electric Company heeft als mededirecteur van het Cleantech to Market-initiatief op Berkeley de afgelopen twee jaar technologiescouting naar een hoger niveau getild. De manier waarop die nu wordt uitgevoerd door veel universiteiten met behulp van business developers afkomstig uit het bedrijfsleven, levert naar haar mening te oppervlakkige resultaten op. Vorderingen van bekende professoren en voor de hand liggende mogelijkheden worden wel opgemerkt, maar het leeuwendeel van de bruikbare kennis die aanwezig is in de universiteiten wordt over het hoofd gezien: die ligt als het ware diep verstopt in bureauladen in plaats van aan de wereld te worden tentoongesteld. Met de hulp van studenten en promovendi doorspit Alexander de universiteit op een dieper niveau in de hoop economisch en sociaal interessante technologie eerder in het proces voor het voetlicht te brengen. In twintig procent van de gevallen leidt dit tot de oprichting van een nieuw bedrijf. In nog eens twintig procent van de gevallen wordt technologie in licentie ondergebracht bij grotere bedrijven. Uit het resterende deel komen veel opdrachten voort voor vervolgonderzoek, vaak opgesteld in samenwerking met bedrijven.

Deze reis verschafte kortom enkele fascinerende inzichten, niet alleen voor mij persoonlijk en voor de Climate KIC, maar ook voor onze Amerikaanse gesprekspartners. Er zijn ook enkele grote plannen uit voortgekomen. Op korte termijn komt Steve Blank  naar Europa om een deel van zijn kennis op het gebied van customer development direct op de KIG Klimaat-starters over te dragen. Daarbij zal hij ook zijn vaardigheden als inlichtingenman gebruiken om te zien wat er in Europa gaande is. Henry Chesbrough komt ook hierheen om, samen met Ken Morse, zijn workshop over innovatie en ondernemerschap voor de KIC-partners te geven. Verder gaan drie studenten van Berkeley naar de zomerschool van de Climate KIC en zullen enkele startende ondernemingen uit die gemeenschap zich inschrijven voor de Cleantech Open-ondernemingswedstrijd, waarin vorig jaar meer dan tweehonderd deelnemers meedongen naar een deel van het prijzengeld van 1 miljoen dollar. Moge de beste starter winnen!

Marco Waas